Ziektes

Trichomonas  - ’t geel


Eén van de meest voorkomende ziekteverwekkers bij duiven, is deze kleine ééncellige parasiet: Trichomonas gallinae, ook wel ‘het geel’ genoemd in de volksmond, omdat dit bij erge besmettingen een geel beleg in de bek van de duiven veroorzaakt.

 

 1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Besmetting:

Duiven worden besmet door opname van deze parasiet via het azen of door opname van besmet water. De grootste bron van besmetting is het drinkwater in de reismanden. De kleine parasiet nestelt zich in de mond (keelholte en de slokdarm) bij de duiven en zal bij een erge besmetting zorgen voor een aantasting van het slijmvlies. Daardoor zal de weerstand verminderen en andere ziekteverwekkers kunnen hierdoor weer makkelijker aanslaan. Wanneer je dus je duiven vrij van trichomonas kan houden, zal je ook een hoop andere problemen kunnen vermijden.

 

Symptomen:

Bij een lichte besmetting zie je vaak dat er een conditieverlies is, de vliegprestaties zijn niet optimaal en er is wat meer slijm in de bek aanwezig. Bij ernstige infecties is er geel beleg aanwezig in de bek en gaan de duiven veel meer drinken. En in heel ernstige gevallen kunnen ook de organen aangetast worden, dit zien we soms bij sterfte van nestjongen. Door een ernstige trichomonas besmetting, kunnen in de lever en soms op de navel abcessen terug te vinden zijn.

 

 

 

2 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Diagnose:

Via een kropswab kun je deze parasieten makkelijk aantonen onder de microscoop. Bij een microscopisch onderzoek is duidelijk te bepalen wat de mate van besmetting is, om zodoende een beter inzicht te krijgen wat de dosering en de duur van een behandeling moet zijn.

 

Preventie – behandeling

Wanneer je duiven besmet zijn met trichomonas, kan je ze behandelen met de volgende stoffen. Het is heel belangrijk dat je je aan de juiste dosering houdt en de aangegeven tijden.

 

Normale dosering:

- Carnidazole: 20mg per kg voer / éénmalig

- Ronidazole: 80- 100mg per liter water /  5-7 dagen

- Cocci –Tricho tab: 1 tablet per duif / 3 dagen

- Tricho 40: 4gr per 2 liter water / 5-7 dagen

 

De laatste jaren zien we bij veel liefhebbers dat er toch nog een besmetting is, ondanks dat er net gekuurd is. Daarom kan het verstandig zijn om bij een ernstige besmetting, eerst 2 pillen Cocci -  Tricho te geven en daarna nog 7 dagen na te kuren met Tricho 40. Bij koud weer kun je het beste via het voer kuren of de dosis in het drinkwater verdubbelen. En dan ook de duiven 2 x per dag voeren, zodat ze zeker voldoende stoffen binnen krijgen.

 

De trichomonas gallinae-parasiet voelt zich dus het best in een waterig milieu, waarin hij makkelijk kan vermeerderen. Maar hier kunnen we ook voordeel uit halen. Het gebruik van 2 sets drinkpotten, waarbij je beide afwisselend laat uitdrogen, is al een eerste hulpmiddel in de natuurlijke bestrijding. En daarbij heeft deze parasiet het niet zo op verzuurd drinkwater. Dus als we de zuurtegraad van het drinkwater verlagen, verminderen de overlevingskansen van deze parasiet aanzienlijk. Dit is een eenvoudige manier om de parasiet te bestrijden, maar je moet dan wel regelmatig het drinkwater aanzuren. Hiervoor heeft Giantel de ‘Triple Acid Green’ van onze nieuwe Green Line ontwikkeld. Als u dit product 2 tot 3 keer per week in het drinkwater doet, zorgt dat voor een zuur milieu waarin de Trichomonas parasieten moeilijk kunnen overleven.

 

Nog een laatste nuttige tip: De stof Allicine, die vrijkomt uit look, heeft een anti-trichomonas werking. Het veelvuldig verstrekken van look via het drinkwater, kan dus ook helpen in de bestrijding van deze parasiet.

 

 

 

Coccidiose


Coccidiose bij duiven wordt veroorzaakt door een protozoa, genaamd ‘Eimeria’. Bij onze duiven komt vooral de Eimeria Columbarum en de Eimeria Labbeana voor.

 

Besmetting:

Besmetting gebeurt via de opname van eitjes (ook oöcysten genaamd) via de snavel/mond. Belangrijk om weten  is dat alleen ‘gerijpte’ oöcysten schadelijk zijn, de rijping van de eitjes wordt sporulatie genoemd. Tijdens de sporulatie worden er in elke oöcyste 4 sporocysten gevormd, die op hun beurt elk 2 sporozoïeten bevatten. Het zijn deze sporozoïeten die na opname van een rijpe oöcyste zullen vrijkomen in de darm. Daarbij zullen ze niet alleen schade gaan aanrichten aan de darmwand zelf, maar ook deze darmwand binnendringen om er verschillende vermeerderingscycli te ondergaan. Daarna zullen ze op hun beurt eitjes/oöcysten produceren die via de mest weer in de omgeving verspreid zullen worden. Dan moeten ook deze het rijpingsproces ondergaan voor ze besmettelijk worden.

Deze rijping of sporulatie duurt 1 tot 4 dagen en verloopt het best onder vochtige en warme omstandigheden. De prepatente periode, dit is de tijd vanaf de opname van rijpe eitjes tot het zelf uitscheiden van nieuwe eitjes via de mest, is +- 8 dagen.

 

Uw duiven kunnen dus besmet raken door de opname van rijpe eitjes die aanwezig zijn in de mest, in reismanden of soms zelfs in het drinkwater.

 

Symptomen:

In de eerste levensmaanden van duiven zal deze ziekte het ergst toeslaan, na 6 maanden zie je mildere symptomen. Bij de jonge duiven zien we voornamelijk vermagering, verzwakking en uitdroging, plus waterige tot slijmerige diarree met soms wat bloed. Bij het niet tijdig behandelen kan het zelfs tot sterkte leiden.

 

Bij de oudere duiven zijn de symptomen milder, maar niet minder belangrijk! Er is een vermindering van de algemene weerstand, waardoor de duiven vatbaarder zijn voor andere infecties. Deze duiven zullen ook geen dons verliezen en zullen niet in vorm zijn, waardoor de vliegprestaties tegenvallen. Veel duiven kunnen dus drager zijn van coccidiose, zonder noemenswaardige klinische verschijnselen te vertonen. Bij duiven die onverzadigbaar lijken en  veel grit eten, maar die je niet “rond” lijkt te krijgen, moet je niet alleen denken aan een worminfectie maar ook coccidiose kan een rol spelen. Ook al zijn er bij onderzoek weinig tot geen oöcysten terug te vinden in de mest. De oorzaak daarvan kan zijn dat er wel vermeerderingscycli bezig is in de darmen van de duif, maar dat er nog geen oöcysten worden uitgescheiden.

 

Diagnose:

De diagnose van coccidiose is vrij eenvoudig vast te stellen via een mestonderzoek.

 

 

Behandeling:

De behandeling kan je het best delen door 2: de omgeving (hokhygiëne) en de duif zelf (medisch).

 

  1. De omgeving: hiermee bedoelen we het hok, de nestbakken, de drink- en eetbakken en de eigen reismanden. Probeer om direct contact met de mest te vermijden (zodat ze geen eitjes kunnen opnemen), door bijvoorbeeld het plaatsen van roosters. Zorg ook voor een droog hok, aangezien de eitjes beter overleven in een vochtig milieu. Strooi er eventueel wat vloerdekkorrel in om de vochtigheid tegen te gaan en ga af en toe eens met de brander door de nestbakken. Allemaal kleine dingen die een groot verschil kunnen maken!

 

  1. De duif zelf: er zijn 2 soorten producten op de markt voor het bestrijden van coccidiose.

Je hebt de coccidio- statische middelen: deze remmen de groei en de vermeerdering van de coccidiën en moet je gedurende 5 tot 7 dagen toedienen. Deze doden de coccidiën niet! Het is dus mogelijk dat er 2 weken na een behandeling met deze producten, opnieuw eitjes in de mest aangetroffen worden. Voorbeelden van deze middelen zijn amprolium en sulfonamiden. 

En je hebt de coccidio- ciede middelen: deze doden de coccidiën effectief. Naast het doden van de aanwezige coccidiën, hebben deze middelen ook nog een langdurige nawerking. Hierdoor kunnen er gedurende 4 weken geen infectie optreden. Voorbeelden van deze middelen zijn toltrazuril (vb. Baycox) en clazuril (vb. Appertex). Enige nadeel is dat er bij het gebruik van de toltrazuril, een vormdaling kan voorkomen. Daarom wordt er aangeraden om dit niet tijdens het vliegseizoen te gebruiken.

 

Voor de behandeling kunnen we de volgende producten van Giantel aanbevelen:

  • Cocci-Tricho 100 gm (poedervorm), gedurende 5 tot 7 dagen (coccidio-statisch)
  • Cocci-Tricho tab (10 x 10 tabletten), gedurende 2 tot 3 dagen (afhankelijk van  de aard van de besmetting) (coccidio-statisch)

 

Beide zijn geschikt om te gebruiken tijdens het sportseizoen of voor de kweek, om de duiven vrij van coccidiose te maken. Tijdens het “stille” seizoen, kan je Pantacox os (coccidio-cied) inzetten gedurende 2 dagen.

 

Natuurlijke producten:

Binnen de Giantel Green Line hebben we enkele natuurlijke producten, die er voor kunnen zorgen dat de coccidiose niet aanslaat in de darmen van de duiven. Door het regelmatig toedienen van Triple Acid Green, via het water, creëer je een slecht milieu voor de overleving van de coccidiën. En dankzij een regelmatige toediening van Metabol Green via het voeder, ga je een darmflora creëren waarin de coccidiën ook niet goed kunnen overleven.

 

 

 

Wormen


Helaas komt een wormbesmetting in de praktijk nog te veel voor! Bij duiven betreft het voornamelijk 2 soorten wormen: De nematoden of rondwormen (waar de spoelworm en de haarworm toe behoren) en cestoden of lintwormen.

 

Ascaridia columbae / spoelworm:


Een spoelworm wordt soms door de duivenmelker zelf in de mest waargenomen, deze kunnen 3 tot 4 cm lang en 1 tot 2 mm breed zijn. De volwassen wormen leven in de darm, waarbij een vrouwelijke worm tot 5000(!) eitjes per dag kan produceren. Dit is dus een grote bron van besmetting voor de hokgenoten. De eitjes die met de mest meekomen zijn niet zichtbaar met het blote oog, alleen onder een microscoop kan je deze zien. De eitjes moeten een rijpingsproces ondergaan in de buitenwereld voor ze besmettelijk zijn voor andere duiven, dit rijpingsproces duurt 10 tot 14 dagen. In een vochtige, warme omgeving zal de rijping sneller gaan dan in een koude omgeving. Eitjes die dit rijpingsproces niet voltooid hebben en worden gegeten door andere duiven, veroorzaken dus geen nieuwe worminfectie.

Als een duif een rijp eitje heeft opgegeten, komt er in de darm van de duif een larve uit het eitje. Deze nestelt zich dan in het slijmvlies van de darm. Hierin zullen ze ongeveer 15 dagen blijven waarbij ze via meerdere larvale stadia tot een volwassen worm rijpen en die op zijn beurt weer eieren kan gaan produceren. Spoelwormen hebben een prepatente periode (de periode tussen het tijdstip van infectie en het tijdstip waarop de eieren in de mest verschijnen) van ongeveer 30 tot 40 dagen, dus kunnen ze redelijk snel de omgeving enorm besmetten.

 

 3

 

 

Cappilaria obsignata / haarworm:


Deze kleine worm, van ongeveer 18 mm, is niet met het blote oog zichtbaar in de uitwerpselen van duiven. De volwassen wormen leven in de darmwand van onze duiven en richten daar meer schade aan dan een spoelworm.

Ook hierbij zullen de eitjes die met de uitwerpselen naar buiten komen, eerst een rijping moeten ondergaan voor ze besmettelijk zijn voor andere duiven. Dit kan gebeuren in 8 tot 10 dagen, wat toch opmerkelijk korter is dan bij de spoelworm. Maar ook hierbij geldt dat de rijping sneller gebeurt in een vochtig en warm milieu. Wanneer een duif rijpe eitjes opneemt, komt in de darm van de duif een larve uit die zich in het darmslijmvlies nestelt. Daar zal hij weer een rijpingscyclus tot volwassen worm ondergaan. De prepatentperiode bedraagt slecht 21 tot 28 dagen, wat ook korter is dan bij de spoelwormen.  

 

 4

 

Net zoals bij de spoelworm dienen ook de eieren van de haarworm eerst een rijping te ondergaan, liefst in een vochtig en warm milieu. De eieren zijn bij microscopisch onderzoek makkelijk te herkennen door de aanwezigheid van bipolaire poolkappen.
Een aantal kleine haarwormen kunnen al aanleiding zijn tot (sterke) vermagering van de duiven, verlies van conditie, minder dons en diarree. Bij een heftige infectie kan het na behandeling lang duren voordat de duiven weer voldoende conditie en lichaamsmassa hebben opgebouwd. Topprestaties zullen na een zware haarworminfectie niet haalbaar zijn.

 

 

Behandeling en preventie:


Wanneer u uw volledige kolonie wilt behandelen, kan dit door gedurende 2 dagen Worm-Therapy te geven. Omwille van het feit dat hiermee nog niet alle wormen gedood zullen zijn, moet deze behandeling 10 tot 12 dagen later herhaald worden. Alleen op deze manier zijn je duiven wormvrij.

 

Bij duiven die enkele dagen op de dool geweest zijn na een vlucht is het meer dan verstandig om deze even apart te zetten en ze een Worm Plus Tab te geven.

 

Vochtige plekken op je duivenhok zijn te vermijden, hier kan je het best even met een gasbrandertje  over heen gaan. Ook is het verstandig om frequent eens met de brander door je duivenhok te gaan, zeker op die plaatsen waar je duiven rechtstreeks met het mest in contact komen.

 

Na een behandeling met Worm-Therapy, kunnen er tot enkele dagen na de behandeling wormeitjes uitgescheiden worden. Daarom is het dus raadzaam om na een behandeling nog enkele dagen te blijven nabranden.